Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herkend had; vgl. Ps. 22; Jes. 53; Zach. 11 en 12 : 10. — De dat. tö> u'iü kan afhangen van ypx^^évx: „voor den Zoon des menschen geschreven", als aanwijzing van den weg, dien Hij te volgen heeft; of van TchtrQfacTcti: „zullen vervuld worden aan den Zoon des menschen" y aan zijn persoon. De eerste constructie is natuurlijker. Het fut. pass., dat Lukas gebruikt, duidt veel krachtiger, dan de futura activa van Mattheus en Markus de passieve onderwerping aan het lijden aan. Bij Lukas en Markus wordt niet zoo bepaald als bij Mattheus (arxvpüa-xi) te kennen gegeven, welken dood Hij sterven zou. Toch zijn de bijzonderheden in deze derde aankondiging nauwkeuriger dramatischer geschilderd, dan in de twee voorgaande, hetgeen geenszins, zooals Reuss meent, uit den invloed der gebeurde feiten op den vorm van het bericht behoeft verklaard te worden. Weiss legt nadruk op het feit, dat Lukas hier melding maakt van de bespotting en van de geeseling (waarover hij in de lijdensgeschiedenis niet spreekt), en vindt daarin het bewijs, dat hij Markus naschrijft. Maar waarom zou hij in dit geval het irxpotiiïivxt hebben weggelaten, de daad, waardoor Jezus aan de overpriesters en schriftgeleerden zal worden overgeleverd, en die hij later zelf verhaalt, even goed als Markus? Ook is de vorm der geheele rede zeer verschillend.

Vs. 34. De uitwerking: „En zij verstonden er niets van; het was voor hen een verborgen zaak, en zij begropen niet hetgeen hun gezegd werd."

/ie bij 9 i 45. Deze herhaling van dezelfde gedachte en de dubbele vorm, waarin zij hier wordt uitgesproken bewijzen, hoezeer de apostelen zich later over dit hardnekkig onverstand hebben verwonderd. — De uitdrukking to pïj/xx duidt het feit van den dood als aangekondigd aan. Voor alles, waartegen het natuurlijke hart zich verzet, ontstaat er, zooals Riggenbach zegt, een verblinding in den mensch. — Mattheus en Markus verhalen hier de bede der zonen van Zebedeus

Sluiten