Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die den infinit. xvrnrrijvM het eerst zet, moet men if in den zin van of zelfs verklaren.

Bij de vervolgingen van den kant der overheden zullen zich die voegen, welke de vijandschap van den familiekring ten gevolge zal hebben (12 : 52 en verv.). De naam van Jezus zal een diepe klove doen ontstaan tusschen hen en hunne naastbestaanden.

Vs. 17. Dit woord, dat de drie Synoptici gelijkluidend hebben bewaard, komt ook bij Johannes (15: 20, 21) voor. Men ziet, hoe diep de gedachte aan dezen algemeenen haat, waarvan zij eenmaal het voorwerp zouden zijn, in de herinnering der discipelen gegrift was.

Het 18de vers schijnt de laatste woorden van vs. 16 geheel te weerspreken: „Zij zullen er uit u dooden." De Wette meent, dat bij zal niet vallen moet worden gedacht: „Zonder den wil van God." Bleek, Meijer en Wliss verklaren: „Er zal niets verloren gaan van hetgeen tot uw ware persoonlijkheid behoort." Hofmann neemt de toevlucht tot het denkbeeld van de opstanding der geloovigen, waarbij hun persoon weer volkomen hersteld zal worden. Ik ben vroeger van gevoelen geweest, dat men deze belofte op de kerk in haar geheel kon toepassen, waardoor eenige uitzonderingen niet uitgesloten zouden zijn. Maar ik zie nu de onmogelijkheid van deze opvatting in en sluit mij aan bij de verklaring van Bleek en Hofmann, terwijl ik met Reuss doe opmerken, dat wij hier een van die spreekwoordelijke gezegden hebben, wier letterlijken zin men niet drukken mag: „Wat u ook moge overkomen, gij zult ten slotte ongedeerd en behouden uit den strijd gaan." Aldus verstaan, hangt dit vers op een natuurlijke wijze met de gedachte van het volgende samen.

Vs. 19. De uitdrukking: „zijn leven verwerven (redden)" herinnert aan de belofte van God aan Jeremia (39: 18): „Gij zult uw leven tot buit hebben, omdat gij op mij vertrouwd hebt." Het vertrouwen neemt hier zijn hoogsten vorm aan, dien der vironovili, der volharding, die stand houdt (.xfaei) onder den last (0~ó) van de zwaarste beproeving.

Sluiten