Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 : 47—57): Jezus moest sterven. De eenige vraag, welke nu nog overbleef voor de vijanden van Jezus, was die aangaande het hoe (to irü?, vs. 2). Hun verlegenheid sproot voort uit de buitengewone gunst, die Jezus bij het volk genoot, inzonderheid bij de scharen, die van Galilea en van het buitenland waren gekomen; de hoofden vreesden voor een oproer van den kant van deze talrijke vrienden van Jezus, die van verre met Hem gekomen waren, en die zij niet zoo in hun macht hadden, als de bevolking van Jeruzalem. Daarom zeiden zij ook, volgens Mattheus en Markus, op hunne geheime bijeenkomsten: „Niet op het feest." Dit kan beteekenen: vóór het feest, terwijl de scharen nog niet geheel verzameld zijn; of liever na het feest, als zij weêr vertrokken zijn en men weêr meester van het terrein zal wezen; vgl. Hand. 12 : 4. Maar het behoorde juist tot het plan Gods, dat Jezus gedurende het feest (tv rif, èopry) zou sterven; en het middel, waardoor de oversten meenden, hun doel te kunnen bereiken, werd door God gebruikt om het zijne te bereiken.

Vs. 1 en 2. „En het feest der ongezuurde brooden, genaamd Pascha, naderde; 2. en de hoogepriesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem zouden doen sterven, want zij vreesden het volk."

Het woord naderde doet het natuurlijkst aan Woensdag denken, hetgeen overeenstemt met de uitdrukking na twee dagen van Matth. 26 : 2 en Mark. 14 : 1, daar het Paaschmaal, zooals wij zien zullen, dit jaar op Vrijdagavond moest plaats vinden. — Het feest der ongezuurde brooden duurde eigenlijk zeven dagen, volgens Ex. 12 : 18 en Lev. 22: 5 en 6, van 15—21 Nisan; vgl. Josephus, Antiq, III, 10, 5: „Op den 15den (Nisan) volgt het feest der ongezuurde brooden op het Pascha" (op het Paaschmaal, dat aan den avond van den 14den gevierd werd). In dit woord onderscheidt Josephus het feest der ongezuurde brooden van het Pascha,

Sluiten