Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar op andere plaatsen vereenigt hij ze; zoo b.v. XIV, 2, 1: „Het feest der ongezuurde brooden, dat wij Pascha noemen." In deze gevallen verstaat hij onder de uitdrukking: Pascha niet alleen het Paaschmaal, maar ook het geheele feest, dat er op volgt. Zoo ook Mattheus (26: 17), Markus (14 : 12) en Lukas op onze plaats

Het woord Pascha; ti itxaxot, van hdb, in het Arameesch NfiDE, beteekent voorbijgang, en herinnert aan de wijze, waarop de Israëlieten in Egypte werden gespaard, toen de Heer hunne met het bloed van het lam bestrekene huizen voorbijging, zonder hunne eerstgeborenen te dooden. Dit woord, dat oorspronkelijk het lam aanduidde, werd later op het maal zelf, en daarna, gelijk wij zooeven gezien hebben, op het geheele feest toegepast. De maand Nisan, of de eerste maand, waarin het Pascha gevierd werd, komt overeen met het einde van Maart en het begin van April. Aan den avond van den 13den en in den morgen van den 14.den werd al wat gezuurd brood was uit de Israëlitische huizen verwijderd. Oorspronkelijk slachtte ieder huisvader, krachtens het Israëlitische algemeene priesterschap, zelf in zijn eigen huis het lam. Maar sedert het onder Josia gevierde Paaschfeest werden de lammeren in den tempel en met de medewerking der priesters geslacht. Dit geschiedde op den 14den des namiddags tusschen 3 en 6 uur. Eenige uren daarna begon de maaltijd, die tot diep in den nacht duurde. De volgende dag, de 15de, was, evenals de 218'e, de zevende en laatste dag der Paaschweek, een Sabbatdag. De tusschenliggende dagen werden door godsdienstige handelingen en offers geheiligd.

Vs. 3—6. „En de Satan voer in Judas, Iskarioth genaamd '), die uit het getal der Twaalven was; 4. en heengaande sprak hij met de priesterss)

1) T. K. leest etikxkounevov, met A C en 14 Mjj.; N B en 3 Mjj,: xaAoi/ftsnov.

2) C P It Syr. voegen hier xxi toi( ypx/i/ixreva-iv er bij.

Sluiten