Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gevaar, dat Petrus bedreigt, knoopt zich op natuurlijke wijze dat van de moeilijke positie vast, waarin de dood van Jezus zijn discipelen in het algemeen tegenover hunne medeburgers zal brengen:

Ys. 35—38. De nieuwe positie der discipelen: *) „En Hij zeide tot hen: Toen ik u uitzond zonder beurs, en zak, en schoenen, beeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden tot Hem: Niets! 36. Hij zeide dana) tot hen: Maar nu, wie een beurs heeft, die neme haar, en evenzoo een zak; en wie geen (zwaard) heeft, die verkoope3) zijn kleed, en koope4) een zwaard. 37. Want ik zeg u, dat hetgeen geschreven is: „En Hij is met de misdadigers gerekend" nog 5) aau mij vervuld moet worden. Want hetgeen 6) op mij betrekking heeft, is zijn einde nabij. 38. En zij zeiden tot Hem: Heer! ziehier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg."

Tot hiertoe hadden de apostelen, door de gunst, die Jezus bij een deel van het volk genoot, een betrekkelijk gemakkelijken tijd gehad. Maar de groote en beslissende botsing tusschen hen ea de Joodsche overheden, die op het punt stond, plaats te vinden, zou dezen gunstigen toestand

1) De verzen 35—38 werden door Marcion weggelaten.

2) B h T lezen Se, in plaata van cuv

3) £ en 7 Mjj. lezen ttwAiim/, in plaata van vaKvirctTo.

4; DE en 7 Mjj. lezen xyopeta-ei, in plaats van ctyoparecru.

5) T. R. leest tri, met r en 11 Mjj. ItPlcr Syr. (en Syrcur.) al de anderen .aten het weg.

6) «B en i Mjj. Syrtur. lezen tc, in plaat» van ra.

Sluiten