Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

discipel, die, daar hij meermalen in het huis van den hoogepriester was geweest, zelf dien knecht kende. Wat zou men moeten denken van den schrijver van het vierde Evangelie, indien deze door hem opgegevene eigennamen willekeurige verdichtsels waren? — Johannes zegt, evenals Lukas: „het rechteroor." — De woorden èxre 'sus tcvtov vervangen bij Lukas een lang en belangrijk antwoord van Jezus bij Mattheus. Is dit bevel tot de gerechtsdienaars gericht: „Laat mij tot aan dien man toe gaan" (Paulus), of: „tot aan de plaats, waar die man isP" Maar dan had er moeten staan: ixre pe, „laat mij gaan". Of moet men met de Wette en Riggenbach aldus verklaren: „Laat mij voor dit oogenblik vrij"? Het 'éuf, tot aan, voert niet op natuurlijke wijze tot dezen zin. Bovendien bewijst het xToxpiSeic, antwoordende, dat deze woorden van Jezus veeleer met de daad van den discipel, dan met de aankomst der gerechtsdienaars in verband staan. Eerst in vs. 52 wendt zich Jezus tot de aankomenden (npi? tov; vacptxyevofiivovi). Hier spreekt Hij tot de apostelen. De zin is dus, öf: „Laat deze menschen (de gerechtsdienaars) tot zoover gaan (tot aan het grijpen van mij)", öf (hetgeen natuurlijker is): „Gaat niet verder! Doet geen tweeden slag! Deze is meer dan genoeg." Want deze daad van geweld bracht niet alleen de veiligheid van Petrus, maar ook de zaak des Heeren zelve in gevaar. Het had weinig gescheeld, of Jezus was daardoor verhinderd geworden, het voor zijn verdediging tegenover de misdaad, waarvan de Joden Hem beschuldigden, zoo gewichtige woord (Joh. 18:36) totPilatus te kunnen richten: „Mijn koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn koninkrijk van deze wereld ware, zoo zouden mijne dienaars voor mij gestreden hebben, opdat ik den Joden niet werd overgeleverd." Niets minder, dan de oogenblikkelijke geneziDg van Malchus was noodig, om den door dezen misslag bedorven zedelijken toestand weêr te herstellen. — De genezing wordt alleen door Lukas medegedeeld; daarom verwijst Meyer haar naar het gebied der mythe. Maar als zij niet geschied was, zou het onbegrijpelijk zijn, dat Petrus en Jezus-zelf daarover niet zijn aangeklaagd.

Sluiten