Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke Mattheus en Markus mededeelen en na de zitting van het Sanhedrin bij Kajafas plaatsen. Af'pwrf?, Hem blond en blauw slaande, Hem wondende.

3° Ys. 66—71. De veroordeeling door het Sanhedrin.

Vs. 66 69. „En toen het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de hoogepriesters, en1) de schriftgeleerden, en zij lieten Hem in hunne vergadering brengen2), zeggende: Indien gij de Christus zijt, zeg3) het ons! 67. En Hij zeide tot hen: Indien ik het u zeg > gij zult het niet gelooven; 68. en indien 4) ik u ondervraag, gij zult mij niet antwoorden, noch mij loslaten 5). 69. Van nu aan 6) zal de Zoon des menschen gezeten zijn aan de rechterhand der kracht Gods."

De uitdrukking 7rps<r(SuTspiov toïi >moü herinnert aan o'i irptirfiurepot roZ \xov (1 Makk. 1 : 26 enz.), en duidt niet het geheele Sanhedrin aan, dat daarna in twee bestanddeelen, de hoogepriesters en de schriftgeleerden, verdeeld zou zijn, maar alleen de eigenlijk gezegde ouderlingen, die als een

1) T. E. leest, met [SAB eu 6 Mjj., re vóór iceti; E ea 7 Mjj. lateu het weg.

2) ttBDKT lezen airnyayov, T. E. met A en 13 Mjj.: uvvtyayov.

3) ttBLT leien eijrov, in plaats van eiire.

4) T. E. leest xai tav, met A en 13 Mjj.; sBLTi tav Se.

5) 8BLT laten de woorden /xoi y otvoKva^Tt weg, die T. B. met A D en 18 Mjj. It. Syr. (met Syrcur) leest.

6) N A B D en 3 Mjj. lezen Se na ave tov vvv, T. E. laat het weg met r en 11 Mjj.

Sluiten