Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan hetgeen een bekwame goochelaar voor dergelijke lieden is: een voorwerp van nieuwsgierigheid. Maar Jezus leende zich daartoe niet; Hij had noch woorden, noch wonderen voor iemand, die zoo gezind was, en in wien Hij bovendien den afschuwelijken moordenaar van Johannes den Dooper aanschouwde. Voor dezen mensch, die een gedrochtelijk samenstel was van bloeddorstige lichtzinnigheid en somber bijgeloof, bewaarde Hij een stilzwijgen, dat zelfs de beschuldigingen van het Sanhedrin (vs. 10) Hem niet konden bewegen, af te breken. Gekwetst en vernederd, wreekt Herodes zich door Hem te verachten. De uitdrukking: blinkend kleed (vs. 11) duidt niet een purperen kleed aan, maar een witten mantel, zooals de Joodsche koningen en de Romeinsche grooten bij plechtige gelegenheden droegen. Vgl. Hand. 12:21.!) Wij kunnen hier niet met Riggenbach een bespottende toespeling op het witte kleed van den hoogepriester vinden. Het was een parodie van de aanspraken van Jezus op de koninklijke waardigheid, maar tevens een zijdelingsche verklaring aangaande zijn onschuld, althans uit een politiek oogpunt. — De otputcupxrx, soldaten van Herodes, kunnen slechts zijn trawanten zijn, zijn lijfwacht, die hem naar de hoofdstad mocht vergezellen. — Deze wederkeerige betooning van hoffelijkheid was genoeg, om deze twee mannen, die de hoogmoed gescheiden had, weêr bij elkander te brengen.

Vs. 13—19. Nieuwe middelen, die Pilatus te baat neemt.

Vs. 13—16. „En Pilatus, de hoogepriesters en de oversten en het volk bijeengeroepen hebbende, zeide tot hen: 14. Gij hebt dezen mensch tot mij gebracht als een, die het volk afkeerig maakt; en ziet, ik heb Hem in uwe tegenwoordigheid

1) Langen, ble. 270, in de noot (Josephua, Bell. Jud., II, 1, 1; Tacitus, Sist., II, 89).

Godet LuJcas. II. 35

Sluiten