Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond1), kwamen zij aan het grafl), dragende de specerijen, die zij bereid hadden3); 2. en zij vonden den steen van het graf afgewenteld. 3. En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heer Jezus4) niet."

Spelen de vrouwen in het verhaal van de opstanding de eerste rol, dit is daaraan toe te schrijven, dat een bijzondere plicht haar naar het graf roept. — Deze vrouwen waren volgens Matth. 28 : 1 Maria Magdalena en de andere Maria (de tante van Jezus); volgens Markus (16: 1), deze zelfde twee, en bovendien Salome, de moeder van Jakobus en Johannes; volgens Lukas (vs. 10), de twee eersten, en bovendien Johanna, de vrouw van Chuza, den rentmeester van Herodes (8 : 8). Johannes noemt alleen Maria Magdalena bij name. Maar behalve dat het weinig waarschijnlijk is, dat zij in dit vroege morgenuur alleen aan het graf zou gekomen zijn, zinspeelt zij zelf op de aanwezigheid van andere personen, als zij zegt: „Wij weten niet, waar men hem gelegd heeft." Dat Johannes haar in het bijzonder noemt, geschiedt met het oog op de verschijning, die hij in al haar bijzonderheden wilde mededeelen, en die de overlevering öf voorbijgezien (Lukas), öf algemeen gemaakt had door haar op al de vrouwen betrekking te doen hebben (Mattheus). Voor Maria Magdalena had deze verschijning, als de eerste, een bijzonder gewicht. — Aangaande het tijdstip der aankomst zegt Lukas: bij het krieken van den dag. Het (oxósac der Alexandr. is een adverbium. De uitdrukking oipe <tix(3(3xtuv van Mattheus zou op zichzelf kunnen beteekenen: „aan den avond van don Sabbat", waardoor de

1) T. R. leest (3xieo$, met E en 5 Mjj.j N A B C en 10 Mjj.: pxjeu;.

2) N C en 3 Mjj. lezen nvttpeiov, in plaats van

3) T. K. leest liier met A D en 13 Mjj. Syr,, xxi rivet trvv uutxiq , welke woorden door KBCL It. Vg. worden weggelaten.

4) D It. laten tou Kvpiov Isijou weg.

Sluiten