Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zendJ) de belofte mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad 2), totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte."

Dit tweede overzicht, dat door een nieuw kx) threv, en Hij zeide, van het vorige gescheiden is, schijnt een andere onderrichting, die niet het verledene, maar de toekomst betrof, samen te vatten. — Het oti beteekent eenvoudig dat, en niet omdat. — Het eerste eutus, alzoo, kondigt aan hetgeen volgt. — De woorden ou-uq sSei van den T. R. worden verdacht geïnterpoleerd te zijn. De infinitivi ratóV en xv»<rrijveei schijnen niet rechtstreeks van ytyponrrxi, er is geschreven, te kunnen afhangen. Maar als men rekening houdt met het feit, dat het: er is geschreven volgens de zienswijze van den spreker de noodzakelijkheid der vervulling van hetgeen voorzegd is in zich sluit, dan kan men de kortste lezing wel verstaan. Het èift tS> beteekent: „Op

grond van alles, wat u van mijn persoon en mijn werk bekend is." — Van de twee lezingen: „boete en vergeving" (Byz.) en „boete tot vergeviug" (Alexandr.), schijnt de eerste mij toe, de voorkeur te verdienen, omdat het niet waarschijnlijk is, dat Jezus bepaaldelijk de boete als het doel van de prediking zou hebben voorgesteld. De Alexandr. lezing is misschien van 3 : 3 en Mark. 1 : 43 afkomstig — Aan alle volken, hetzelfde heerlijke vooruitzicht als Matth. 28 : 19 en Mark. 16 : 15; vgl. ook Joh. 20 : 21, 23 (iv tivuv). — Het txpS-u.uevov der Byz. is een adverbiale acc. neutr., in den zin van het Lat. gerundiv. incipiendo. Bij de Alexandr. lezing Ap^xpevoi heeft het partic. betrekking op een er bij te denken xypuaaovTc; of Kvipvwxrc, dat aan den infin. KtfpuxSijvxi moet worden ontleend, hetgeen niet alleen zeer gedwongen, maar ook, wat den zin betreft, onnauwkeurig is, daar het

1) BL en 2 Mjj. lezen £|«t<j«-reAAw, in plaats van «wos-téAAcü.

2) T. R, leest hier, met A en 12 Mjj. Syr., liet woord dat {<BCDL Itpl» weglaten.

Sluiten