Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het voorloopig onderzoek in art. 2 en ook vóór de eindbeslissing in art. 6 vermeld, wordt het administratie-kantoor, door hetwelk het vermoedelijk vernietigde stuk is afgegeven, op het verzoek gehoord.

Abt. 10.

Wanneer bij Ons besluit de tegemoetkoming ter zake van het vermoedelijk vernietigde certificaat is toegestaan, worden aan den verzoeker de verschuldigde, niet uitbetaalde en niet verjaarde renten, door het betrokken administratie-kantoor, tegen behoorljjke quitantie en tegen personelen borgtogt voldaan.

Van de rekening van het administratie-kantoor op het Grootboek wordt, door dat administratie-kantoor, tegen het stellen van eenen borgtogt als in art. 6 is omschreven, ten name van den verzoeker eene som Nationale schuld afgeschreven, ten bedrage van die van het vermoedeljjk vernietigde certificaat.

Deze inschrijving is gedurende tien jaren, na den dag waarop die heeft plaats gehad, onvervreemdbaar.

Art. 11.

Zoodra, binnen den tijd gedurende welken de inschrijving onvervreemdbaar is, blijkt, dat het als vernietigd opgegeven certificaat of daarbij behoorende rentebewijzen nog aanwezig zijn, wordt, met kennisgeving aan den belanghebbende, die inschrijving van zynen naam terug geschreven op dien van het betrokken administratie-kantoor, en is de houder verpligt aan hetzelve onmiddellijk uit te betalen al de door hein ontvangene renten.

Art. 12.

Met het verloop van de in art. 10 bedoelde tien jaren zjjn verjaard al de regten, welke de houder van den als vernietigd beschouwden titel en van de daarbij behoorende rentebewijzen, op het betrokken administratie-kantoor bezeten heeft.

De belanghebbende, welke daarna mogt opkomen, wordt verwezen op hem, te wiens name de inschrijving op het Grootboek is geschied.

Art. 13.

De bepalingen van deze wet zijn toepasselijk ingeval van vernietiging door of ten gevolge van brand, watersnood, schipbreuk of eenig dergelijk buitengewoon toeval, van kansbiljetten en certificaten van uitgestelde schuld, mits het verzoek in art. 2 vermeld is ingeleverd vóór of op den 31sten December 1849; wordende ten aanzien van die schuldbrieven, tot dat de bjj deze wet bepaalde vormen zullen zijn vervuld, geschorst de

Sluiten