Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder zonder zinnen en nu is 't al na den noen. Zoolange bent di zonder zinnen geweest."

„Ik ben dood geweest kind en weer tot het leven teruggekeerd. En wat heb ik van Walhalla gezien of 't Eeuwig

Heiligdom ? Niets niets als wij dood zijn gaat het

met ons als met een dood blad.... wij worden verpulverd, zooals du de thym verpulverde en de lavendel, die ook eens leefden."

„De bloem heeft geen ziel maar wij menschen hebben

wel een ziel, die weder opstaat."

„Ja zooals de bloem wederopstaat uit zijn zaad....

zoo de mensch.... hij leeft voort in zijn geslacht.... Waar zou de ziel opstaan van den vrekkigen Maresag? De ziel van den priester, die mijn moeder deed ver drinken ?"

„De slechte zielen komen in den donkeren speerstroom, waar zij eeuwig zich wondden aan de punten," zei Harimona kinderlijk eenvoudig.

„Praatjes, mijn kind. Er is geen donkere stroom, er is geen licht Walhalla er is niets, niets "

„Hoe weet di dat?" vroeg ze angstig, nieuwsgierig.

„Ik heb zeven jaar in een stroth gewoond, die door geesten heette bewoond te zijn. Daar heb ik gezocht, dagen en nachten, en nooit een geest ontmoet. Op 't allerlaatst scheen er een kwelgeest te huizen, die alles wat men riep of sprak herhaalde. Ik vond zijn hol, dicht bij twee boomen, brandde de boomen aan den voet door tot zijn omvielen.

Toen was ook de kwelgeest weg Ik heb er lang over

gedacht — tot ik' gevonden heb, dat die kwelgeest de schal was van 't eigen geluid, dat terugsloeg tegen de twee

boomen. Zeg mij eens eerlijk heb di ooit een

geest gezien?"

„Ja.... als ik droom dan zie ik Wotan en zijn

oog...."

Hij keek haar lang en doordringend aan.

Sluiten