Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denken, altoos dieper, alsof dijn gedachte een donker woud ingaat. Dring er doorheen en aan de andere zijde vindt du het nieuwe land."

Eenige dagen later terwijl zij de Bellovaaksche gouwen al naderden, werden zij door een zwaar onweer verrast. Harimona was angstig en wilde onder een boom schuilen. Maar Sogol toornde op haar en ook op Haun, die in 't bosch wilde blijven tot het onweer was voorbij getrokken. Hij dwong beiden hem te volgen op het groote, vlakke land, dat aan den zoom van 't woud aanving en zoodra de eerste bliksemstraal knetterde begon Sogol te woeden tegen Donar. Hij daagde hem uit, vloekte hem met de vreeselijkste vloeken, wees hem smadelijk op zijn achterdeel.

„Drekgod, drekgod, drekgod, kom op. Sla mij, drekgod met dijn bliksem, als du daar zijt.... Hier sta ik, een god zooals du, maar machtiger, want ik ben hier werkelijk en du, du, du, zijt niet, du zijt maar een schepping van lafhartigen en angstschijters "

Harimona en Haun, in den regen staande midden op 't land, staarden met onzetting naar Sogol, die slechts met een berehuid om zijn naakt lichaam, de machtige armen bloot, met opgeheven vuisten dreigende gebaren maakte tegen het blauwgrijze werk, waarin zij de bliksems zagen bersten en den donder rommelen. En bij eiken bliksemstraal, bij eiken donderslag vernieuwde Sogol zijn vloeken en bedreigingen. Hij liep soms op een drafje voorwaarts in de richting van den einder vanwaar de bliksem kwam aanlichten.

„Tref mi nu ... tref mi nu ... speer van den drekgod... Du durft kunt, du kunt niet.... hier sta ik.... bereid

om dijn speer op te vangen tref mi dan.... tref mi

dan!...."

Hij sprong op van den grond, zijn borst naakt, en gezwollen, zijn armen wijd geopend als verwachtte hij den bliksemstraal. Het schuim stond hem op de lippen van

Sluiten