Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlies uitgeput, heur hoofd tegen Himilr&t's boezem deed rusten en zich door haar liet verbinden. De bloedende vrouweboezem deed in Himilrat plotseling een vreemde begeerte opkomen. Zij beefde over haar geheele lichaam, voelde haar bloed naar heur hoofd stijgen en drukte de maagd zacht tegen zich aan. Die sloeg haar moede oogen op en scheen dankbaar voor de koestering.

Himilrat legde een paar groote, jonge bladeren op de wonde en het bloed stelpte. Maar zij stond niet op, gaf geen antwoord op het horengeschal der andere maagden, die heur zochten. Zij legde haar gespierden arm om den gebruinden hals der gewonde maagd en haar tegen zich aandrukkend, begon zij haar te vragen, met een liefelijke stem en zachte woordjes, terwijl heur borst beangst was van vreemden lust, of het haar nu beter ging en of zij nu geen pijn meer had.

De gewonde maagd, gewend aan de harde stem en de strenge woorden van heur opperhoofd, drukte zich nog dichter tegen Himilrat aan en deze, nu haar op de schoot nemend, begon heur ruwe wang tegen die der maagd te houden, streek haar wang langs dier boezem en toen, bij de wonde, drukte zij opeens de maagd met onstuimige kracht tegen heur hoofd en begon de bebloede boezem wild en hartstochtelijk met kussen te bedekken.

De gewonde maagd, in stede van te krijten, vond wellust in de pijn, die haar de wonde veroorzaakte, sloeg op hare beurt de armen om hare verzorgster en zoo bleven zij beiden bij elkaar tot den laten avond, zich verheugend, dat de andere maagden een tegenovergestelde richting hadden ingeslagen om haar te zoeken.

Sedert bleven deze twee vrouwen bij elkaar en Himilrat, wel verre van de vreemde genegenheden voortaan bij heur maagden te bestrijden, bevorderde ze en beval ze ten laatste, zoodat de maagden nu allen paarsgewijze leefden, vriendin bij vriendin. Maar Babehild, de uitverkoren vriendin

Sluiten