Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw ouw Dat zal wat geven, met de Batouwers...

Ze vechten tegenwoordig overal nieuwerwetsch met 't

kortzwaard Daar kunnen wij niet tegen op met de

saks..

„Ik zou wel willen zien, wie mi de saks uit de hand sloeg..

Hij hief zijn gepunte bijl weder op en drilde hem heen en weer, dreigend tegen een denkbeeldingen vijand.

„Du vaêr ja... du wel... maar d'er is al veel volk onder de Batouwers, die al in geen jaren van achter den ploeg zijn weggeweest... Du moet ze zien, zooals ze tegenwoordig vechten bij de Kaninefaten en de Sfafen op de wijze, die van 't Paarden-eiland is ingevoerd. Op lage wagens vaer, met vier vlugge peerden er voor en dan twee kaerels er in, één met met kortzwaard en schild en één die stuurt... Daar kan di met een saks niet tegenop... De peerden rijen je omver, de kerel hakt van zijn wagen op je in en als du terug hakt, is-'t-ie weg met zijn kar..."

„Grendeldebliksem, twee tegen een ... Dat's smuigerswerk!"

„Ze doen 't 'em maar, vaêr. En als de kop gekloven is, lig je... Als du nou wou vaêr... als du dijn saks opriep, en dan flink aangeloopen naar de kust en dan wij, als Batouwers, met 't schild en de saks over 't ijs tot aan de waterrand. En dan ik met nog een paar zwemmers flink ingesmeerd met berenvet, met een taai touw om 't lijf. Dan bij de skigge het touw vastgelegd aan één skig en dan weer met het touw terug. Als dan de heele saks aan het trekken gaat, krijgen wij een heel skig over den stroom heen en wij kunnen dan de zeelui binden en de skig leeghalen..

Sigbert had aandachtig toegeluisterd.

„Dat zou één skig zijn."

„Dat's genoeg."

„En de wraak van de Frisen?"

Sluiten