Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had. Toen daarvoor staande, zocht hij in den helderen sterrennacht naar een boschje, dat gelijken kon op 't geen hij omgekeerd in zijn visioen tegen den muur van de krocht had gezien. Recht voor 't gat zag hij iets, dat er op gelijken kon. Hij snelde er met groote, haastige schreden op af, het kortzwaard gereed.

Een boschje van tien boomen stond daar.... nu zag hij het duidelijk. En in 't boschje glimde het schijnsel van een vuur....

Ondanks zijn spanning, verminderde Sogol zijn vaart, liep terzijde om tegenwinds het boschje te bereiken, opdat niet zoo de lieden daar waakhonden hadden, zijn nadering verraden zou kunnen worden.

En nu, voorzichtig nader sluipend, zich plat op den grond leggend, kruipend langzaam voorwaarts ontwaarde hij vier mannen, eveneens met roode buizen.

„Norigoonsche schippers, de makkers van den manken schipper," dacht Sogol.

Zij zaten om het vuur en dicht bij hen zat Harimona, met de handen vastgebonden aan een boom, starend in het vuur, maar overigens kalm.

Sogol drong plotseling door tot voor het vuur en zich met het kortzwaard vooruitgestoken voor Harimona stellend, riep hij :

„Dood dengeen, die zich beweegt."

De vier mannen, opschrikkend uit hun sluimer, sprongen naar achter. Twee namen de vlucht. Een derde zocht bescherming achter een boom, maar de vierde, dapperder dan de anderen, trok een kortmes uit zijn gordel en bleef kloek staan, gereed het tegen Sogol op te nemen.

„Wie bent di, kaerel?" vroeg Sogol.

„Een Nerigoonschen zeeman Pas op, voor de kol

achter di. Zij heeft onzen makker gedood."

„Steek op dijn mes," zeide Sogol tegelijk zijn zwaard met den punt in den grond voor zich stekend. „Wij zijn

Sluiten