Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en beval, dat men de dronken lieden naar hun rustbedden zou leiden.

De edellieden, ziende dat allen dronken waren behalve Sogol, voelden grooten eerbied voor den jongen vorst, die blijkbaar zoo goed drinken kon.

Nu ook legde Sogol zich ter ruste. Maar tegen den avond stond hij op, riep de oudsten der edelen bijeen en liet hen in de groote hal, zittend rondom het houtvuur, dat het vertrek met zachten rossen gloed verlichtte, verhalen wat in 't land gebeurd was, sedert hij het had verlaten.

En vol verwondering hoorde hij van koning Kundric en zijn strijdvrouwen. Van de twisten tusschen de mannen en de vrouwen en van de regeering van koning Solbert, die de edelen had geknecht en de knechten geadeld en nu met de vrijgelatenen, wachtte op den beslissenden slag, die de edelen hoopten onder Sogols aanvoering te zullen winnen.

In den nacht was Sogol weder alleen. Maar zijn gedachten waren niet bij de staatszaken.

Hij peinsde over het vreemde land, het wondere Masar, dat lag tegenover de ster Raits en waar een god was, wiens zaligheid in vernietiging bestond.

En in zijn nachtdroom voer hij op een groote skig, over verre groene zeeën naar een heilig wit land, dat aan den einder oprees.

Sluiten