Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vermeerdering in het 3e leerjaar met 424 leerlingen.

» 77 77 » 4e „ „ 1426 „

^7 77 77 77 r 77 loS4 „

77 r 77 >7 77 7) 1"9 ri

n 77 77 77 77 77 688 „

Ook aan de organisatie der scholen is de invoering der Leerplichtwet ten goede gekomen. Waar bij een geheel normalen toestand ieder leerjaar een zevende der leerlingen of 14.2 percent zou moeten bevatten, vertoonden de bevolking dier leerjaren telkens groote afwijkingen, zooals uit de vetgedrukte procenten, die de maxima en minima op de verschillende tijdstippen aangeven, duidelijk op te maken is. Het verschil tussclien maximum en minimum, dat op 15 September 1899 nog 11.5 percent bedroeg, is thans reeds geslonken tot 7 percent en de afwijkingen van den normalen toestand, die toen naar boven 5.5 percent, naar beneden G percent bedroegen, zijn thans gedaald tot respectievelijk 2 en 5 percent; naar beneden zal zij ook spoedig kleiner worden.

In 1902, berichtte de afdeeling Zeeuwsch-Ylaanderen, (Oostelijk deel) gevestigd te Ossenisse: ,,Het kan niet ontkend worden, dat de wet zeer gunstig werkt op het onderwijs. Waren vroeger de klassen gedurende de zomermaanden half ontvolkt, thans mist men slechts enkele leerlingen."

Minder gunstig waren de resultaten in Hulst en Omstreken, zich uitstrekkende over de gemeenten Hulst, Clinge, Graauw, Sint Jansteen, Hengstdijk, Koewacht, Stoppeldijk, Boschkapelle, waar eenige leden te kennen gaven, dat het schoolverzuim in hun kring niet was afgenomen, behalve te Clinge, waar het aanmerkelijk verminderd was. Allen waren het er echter over eens, dat de wet, bij een goede uitvoering, toch veel goeds zou kunnen uitwerken.

Dat de wet in 1901 niet goed uitgevoerd werd in het arrondissement Hulst, waartoe beide afdeelingen behooren, blijkt uit Tabel A. hierachter. In 1902 ging het iets beter en de afdeeling Hulst e. O. schreef dan ook in het begin van 1903, op de vraag, hoe het met de werking der wet ging : „Een beetje beter. Er zit nog wat vrees in, dat de wet

Sluiten