Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo uitgevoerde (beter „niet" uitgevoerde of niet uit te voeren) wet, maar zoo spoedig mogelijk in te trekken; zij gelooven evenwel, dat bij een beetje goeden wil, veel verbeterd zou kunnen worden. In liet begin ging het goed.''

Ook hierin, d.w.z. in liet niet vervolgen is A*erbetering gekomen, maar toch gaf de afdeeling Vlissingen als haar meening te kennen, dat scherper uitvoering gewenscht was, dat het recht niet snel genoeg werkte en dat liet verzuim wel verminderd was, doch, zooals een ander berichtgever uit dat arrondissement het uitdrukte, „op verre 11a niet zooveel als noodig zou zijn voor den goeden gang van het onderwijs.

„In het arrondissement Middelburg, waar de schoolopziener dadelijk met een krachtige bestrijding begon (hij verzond in 1902 niet minder dan 1400 aanmaningen) daalde het verzuim snel, gelijk blijkt uit de opgaven in. bijlage 13 omtrent 'Sint-Laurens, Koudekerke, Oost- en "West-Souburg en Trouwenpolder en uit dit bericht uit de gemeente Middelburg: ,,I)e werking der Leerplichtwet is gunstig te noemen, vooral blijkende hieruit, dat de hoogste klassen der scholen, voor mindei'gegoeden beter bevolkt waren dan vóór de invoering der wet. I11 1902 bedroeg het betrekkelijk schoolverzuim 41 /6 0/o van het getal schoolgaande kinderen, d.i. iets meer dan in 1901- Blijkbaar zat eerst de schrik er wat in; die schijnt later wat geluwd. Aan volstrekt schoolverzuim maakten zich schuldig 3 kinderen (van de 2210); evenwel zijn niet meegerekend de 12- en 13-jarige."

De schoolopziener in het district Middelburg, waartoe de arrondissementen Hulst, Terneuzen en Vlissingen behooren, vat zijn oordeel over de werking der wet in 1902 aldus samen 1

„Wat het schoolverzuim aangaat kan ik niet constateeren, dat daarin groote verbetering is gekomen. Valt er in de steden en in sommige plattelandsgemeenten ook al eenige vooruitgang te bespeuren, over het algemeen is op het platteland die vooruitgang zeer gering, en de omstandigheid, dat dooide gemeentebesturen geen gebruik gemaakt wordt van de bevoegdheid, hun bij art. 15 der Leerplichtwet toegekend, is oorzaak, dat er maar weinig maanden in het jaar zijn, waarin zoo goed als de geheele schoolbevolking bijeen is, en dus door

Sluiten