Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 6. CELLULOSE (CELSTOF).

Deze stof vormt het geraamte der plantencellen.

Om ze zuiver te krijgen, worden zeer jonge plantendeelen uitgetrokken met verschillende middelen, water, alcohol, verdunde alcaliën en verdunde zuren. Zuivere soorten van cellulose zijn watten en filtreerpapier. Tegenwoordig wordt evenwel het filtreerpapier zóó sterk uitgetrokken, dan een gedeelte al ontleed is in een zetmeelachtige stof (amyloïd) die met Jodium een blauwkleuring geeft.

Cellulose wordt in het groot gebruikt voor het maken van papier, perkainentpapier enz. Met een mengsel van salpeterzuur en zwavelzuur levert het, al naar den duur der inwerking collodion of schietkatoen. Dit laatste is de grondstof voor het rookzwakke buskruit.

Van de samenstelling van Cellulose is hetzelfde te zeggen als van die van zetmeel: alleen de verhoudingsformule: C„ H10 05 is bekend. Ook cellulose kan met stoom van hooge drukking of bij koken met verdunds zuren overgaan in dextrose.

Sterke oplossingen van zuren en alcaliën ontleden haar in oplosbare verbindingen, zoodat deze niet door papier mogen worden gefiltreerd.

B. ONTLEDINGSPRODUKTEN DER KOOLHYDRATEN.

§ 1. ALCOHOL. (C,HüO).

Deze, reeds in de oudheid, bekende stof wordt in het groot bereid door gisting van dextrose. Hierbij krijgt men steeds een mengsel van alcohol en water, dat door destillatie niet geheel ge-

Sluiten