Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan Pharö en al zijne dienaren. Hij sloeg groote natiën en doodde machtige koningen. Sichon, den koning van den Emoriet, Og, den koning van Basan; en alle koninkrijken van Kenaan. Hun land gaf Hij als erfdeel, als erfdeel aan Zijn volk Israël. Eeuwige, Uw naam blijft in eeuwigheid; Eeuwige! Uw aandenken in alle geslachten. Want eens verschaft de Eeuwige Zijn volk recht en ontfermt zich over Zijne dienaren. De afgodsbeelden deinatiën zijn zilver en goud, het werk van der menschen handen. Eenen mond hebben zij, maar spreken niet; oogen hebben zij, maar zien niet. Ooren hebben zij, maar hooren niet; ook is er geen adem in hunnen mond. Hun gelijk worden hunne makers, ieder, die op hen vertrouwt. Huis Israëls, looft den Eeuwige! huis Aarons looit den

Pöiivuitro I TJni« Hm* T.pviphpn

—~ — ö ~ —~ 7

looft den Eeuwige! Godvreezenden, looft den Eeuwige! Geloofd de Eeuwige van Tsion uit, die in Jeruzalem zetelt; Hallaloejah!

Psalm 136.

Huldigt den Eeuwige, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijne welwillendheid.

Huldigt den God der goden, w. e. d. Z. w.

Huldigt den Heer der heeren, w. e. d. Z. w.

Sluiten