Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich in zoodanige richting in beweging stellen, dat het electrische arbeidsvermogen afneemt. Dit kan bij de twee condensatorplaten gebeuren als de eene tot de andere nadert, en werkelijk neemt men, zoodra een van beide vrij bewegelijk is, zulk een verplaatsing waar, wat men uitdrukt door te zeggen „dat de eene plaat de andere aantrekt". De oorzaak van dit verschijnsel zoekt de theorie van Maxwell in den toestand van het dielectricum tusschen de geleiders; wij stellen ons voor dat de plaat B in Fig. 372 door het dielectricum aan de linkerzijde naar links wordt getrokken. Daar nu het veld homogeen is en dus het dielectricum langs de plaat B overal in denzelfden toestand verkeert, moeten wij aannemen dat in alle punten van het oppervlak S der plaat het dielectricum er op dezelfde wijze op werkt.

Wij kunnen nu zoowel de totale kracht Q, die de plaat B naar links trekt, als de kracht per vlakte eenheid berekenen. Stel nl. dat de plaat B, terwijl A op zijne plaats blijft, zich over een oneindig kleinen afstand S naar links verschuift. De arbeid van de gezochte kracht is dan Q 5. Wij moeten zeggen dat deze arbeid door het dielectricum verricht is, en dat dus het arbeidsvermogen van dit laatste met een bedrag, gelijk aan dat van den arbeid is afgenomen. Maar wij weten reeds dat het arbeidsvermogen per volume eenheid een vaste waarde U behoudt. Het volume tusschen de platen neemt nu bij de onderstelde verplaatsing af met S 3, zoodat de vermindering van het arbeidsvermogen gegeven wordt door U S 3. Wij vinden dus

Q 3 = U S 3,

of Q = US (1<J)

Om nu de kracht per eenheid van oppervlak te vinden moeten wij nog door S deelen, waardoor wij tot uitkomst het getal U krijgen, dat het electrische arbeidsvermogen per volume-eenheid voorstelt,

Het verdient de aandacht dat de verplaatsing 5 die wij bij de bovenstaande redeneering aan de eene condensatorplaat hebben gegeven, slechts een hulpmiddel was om de grootte

Sluiten