Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der aantrekking te weten te komen. De aantrekking bestaat even goed, al is de plaat verhinderd er gevolg aan te geven. Ook wordt de plaat A die wij in rust onderstelden, met gelijke kracht naar rechts getrokken als B naar links. Het is alsof de platen verbonden waren door veerkrachtige en eenigszins uitgerekte koorden of spiraalveeren, langs de krachtlijnen loopende. Met het oog op deze overeenkomst noemen wij de beschouwde kracht de spanning langs de krachtlijnen. Ónze uitkomst kunnen wij nu zoo uitdrukken:

De spanning langs de krachtlijnen wordt per eenheid van oppervlak door hetzelfde getal voorgesteld als het electrisclie arbeidsvermogen per volume eenheid. De grootte er van wordt als men met aether te doen heeft, door de uitdrukking (18) en voor een ander dielectricum door (15) bepaald. Ook voor lucht mag men bij benadering van (18) gebruik maken.

Wij merken eindelijk op dat het ons wegens de beschouwde aantrekking een arbeid kost om de condensatorplaten van elkaar te verwijderen, en dat aan dien arbeid een toename van het arbeidsvermogen in het veld beantwoordt. Het is, alsof wij bij de vergrooting van den afstand der platen, vee' ren die deze naar elkaar trekken moesten uitrekken of liever alsof wij, naarmate wij verder gaan, telkens weer nieuwe veeren moesten spannen. Met die nieuwe veeren komen de nieuwe deelen van het veld overeen (§ 4C0), die wij moeten doen ontstaan en waaraan wij dus een arbeidsvermogen moeten geven.

Evenzoo kan men de beweging der platen naar elkaar toe onder den invloed der spanningen in het dielectricum vergelijken met het geval dat twee lichamen naar elkaar getrokken worden door een aantal veeren die zich de een na de ander ontspannen.

Het is nog niet gelukt zich, b. v. in de theorie der electrische vloeistof, van het mechanisme waardoor de spanning langs de krachtlijnen ontstaat, volkomen rekenschap te geven. Van daar dat wij ons nu ertoe moesten bepalen, ons van de theorie van Maxwell in haar algemeenen vorm te bedienen, en het bestaan der spanningen af te leiden uit een stelling der

Sluiten