Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de potentiaal de waarden V en V' heeft, dan heeft, wanneer V > V' is, de electrische kracht in het punt p de richting die door de lijn K, loodrecht op S is aangewezen en de grootte

V — V'

F =

PP

anneer men zich op het standpunt der vloeistoftheorie plaatst, kan men dit afleiden door een cilindervormig deel a b a i' van de laag tusschen S en S' te beschouwen en op de drukkingen te letten, die de daarin aanwezige vloeistof van de omringende ondervindt.

De krachtlijnen, d. w. z. de lijnen die overal de richting der electrische kracht aangeven, b. v. de lijnen A, B, C in Fig. 378, snijden de aequipotentiale oppervlakken loodrecht. Zij staan ook loodrecht op het oppervlak van den conductor M.

d. In elk punt van het electrisch vold bestaat tusschen de electrische kracht F en de dielectrische verplaatsing D hetzelfde verband dat wij vroeger voor een homogeen veld leerden kennen. De dielectrische verplaatsing heeft in een isotroop dielectricum dezelfde richting als de electrische kracht en is evenredig daarmede. Zij wordt altijd door de formule (5) bepaald.

Daar de krachtlijnen nu tevens de richting der dielectrische vei plaatsing aanwijzen, vallen zij met de verplaatsingslijnen (§ 426) samen.

Trekt men door alle punten eener oneindig kleine gesloten Kig 380 l'jn L (Fig. 880) verplaatsingslijnen,

dan liggen deze op een buisvormig op¬

pervlak ; het daardoor omsloten deel der ruimte zullen wij een verplaatsingsbuis noemen. Bij de dielectrische verplaatsing moet door elke doorsnede van zulk een buis evenveel electriciteit gaan. Is die hoe¬

veelheid e, en zijn a en «' de oppervlakten van twee willekeurige doorsneden, loodrecht op de lengte der buis, dan stellen de breuken

Sluiten