Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijderd, dan zijn de krachtlijnen K recht en de kracht¬

buizen kegelvormig. Twee doorsneden B en C van een buis zijn dus evenredig met de tweede machten der afstanden A B en A C. Daar nu volgens de wet van Coulomb de magnetische kracht omgekeerd evenredig met de tweede macht van den afstand tot de pool is, verandert langs een krachtbuis de veldsterkte omaekeerd evenrpclin rn.pt.

de grootte der doorsnede.

Deze stelling, die aan een eigenschap der dielectrische verplaatsing (§ 442, d) herinnert, vindt men in alle magnetische velden bevestigd. .Steeds wordt de veldsterkte des te kleiner naarmate de buizen zich verwijden, dus de krachtlijnen meer uiteenloopen. Dit wetende, ziet men aan den loop der krachtlijnen in Fig. 172 (§ 192) onmiddellijk dat de veldsterkte dicht bij de polen het grootst is. Daarentegen is in het homogene veld van het aardmagnetisme, waarvan in § 193 gesproken werd, de veldsterkte overal even groot; hier is dan ook een krachtbuis overal even wijd. De eigenschap gaat ook door voor het electromagnetische veld, dat wij nu in eenige bijzondere gevallen nader zullen beschouwen.

§ 487. Een oneindig lange reclite stroomgeleider. De magnetische kracht in een willekeurig punt P (Fig. 413) staat loodrecht op het vlak, door dat punt en den stroomgeleider A B gebracht. Daaruit volgt dat de krachtlijnen cirkels zijn, in vlakken loodrecht op den geleiddraad en met de middelpunten daarin. De krachtbuizen zijn dus ringvormig en elke buis heeft overal dezelfde doorsnede, terwijl ook de veldsterkte in elk punt der buis even groot is, in overeenstemming met den algemeenen regel van de vorige §.

Voor de grootte der magnetische kracht vindt men, wanneer men den afstand P C van het beschouwde punt tot den geleiddraad door a voorstelt,

H = ~— [H = —~] (4)

2 ira L a J w

Sluiten