Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stroomsterkte bij een stationairen toestand. Wij onderstellen dat de stroom van P naar Q gaat.

De veranderingen die de potentiaal van het eerste tot het laatste punt ondergaat, bestaan in geleidelijke dalingen, waarvan het gezamenlijk bedrag ir is, en plotselinge sprongen, waarvan de algebraische som de waarde E heeft. Derhalve

YP — Vq=ir — E, (27)

of

, _ E + (V, - V )

* r (28)

^ V?' ^an kan men deze laatste vergelijking zoo opvatten, dat er twee oorzaken zijn, die de electriciteit van P naar Q drijven, vooreerst de electromotorische kracht E en ten tweede het potentiaalverschil Vp — V?; de formule doet zien hoe de stroomsterkte de som is van twee deelen die aan deze oorzaken kunnen worden toegeschreven. Is V;) <; V dan woidt de electriciteit door de electromotorische kracht E in de eene richting en door het potentiaalverschil in de andere lichting gedreven, en de formule, waarvoor men kan schrijven ■ _E-(V.-V,) r '

doet zien hoe dan de stroomsterkte beneden ? komt. Men

ziet gemakkelijk in dat de vergelijking ook nog doorgaat, wanneer Vs — Vp > E is. Het negatieve teeken van i wil dan zeggen dat de stroom niet meer van P naar Q, maar van Q naar P, tegen de electromotorische kracht E in, loopt.

Stelt men in bovenstaande vergelijkingen E = O, dan komt men tot de vergelijking (21) van § 502 terug. Wanneer men daarentegen de uiteinden P en Q met elkaar laat samenvallen, krijgt men het geval van een gesloten keten waarin de electromotorische kracht E werkt. Dan is V, = V en (28) gaat in (24) over. ' '

§ 510. Verbinding van elementen naast elkaar. Laat n aan elkaar gelijke elementen, die elk een electromotorische kracht E en een inwendigen weerstand r hebben, op de in Fig. 406 (§ 478) voorgestelde wijze worden verbonden, en de

Sluiten