Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der en met de tweede macht van de stroomsterkte (wet van Joule) en ten tweede beantwoordt het bedrag der ontwikkelde warmte, ook wat de absolute grootte betreft, aan de theoretische formule. Wat dit punt betreft, herinneren wij er aan dat bij een stroom van 1 ampère, in een weerstand van 1 ohm, als dus het potentiaalverschil 1 volt bedraagt, de arbeid per seconde 10' ergen is. Dit staat (§ 142) gelijk met

10'

419 x 1Q3 = °»24 calorieën,

en hiermede stemmen de uitkomsten der metingen overeen. Hierin ligt een nieuwe bevestiging van de wet van 't behoud van arbeidsvermogen. Men kan ook zeggen dat men uit waarnemingen over de warmteontwikkeling door een stroom het mechanisch warmte-aequivalent kan afleiden. Heeft men nl. waargenomen dat de warmteontwikkeling onder de genoemde omstandigheden 0,24 calorieën bedraagt, terwijl men weet dat de arbeid 10' ergen is, dan volgt daaruit door deeling de waarde van A.

Drukt men i in ampères en r in ohms uit, dan zal in het algemeen, volgens de wet van Joui.e de warmteontwikkeling per tijdseenheid door

w = 0,24 i1 r (43)

bepaald worden.

Zijn een aantal geleiders met de weerstanden r,, r2, r3, enz. achter elkaar geplaatst, dan is de totale warmteontwikkeling per seconde

to = 0,24 P (r, + r2 -f- r3 + ...).

Zij is over de geleiders in evenredigheid met hunne weerstanden verdeeld. Van daar, dat men de warmteontwikkeling voor een groot deel op bepaalde plaatsen in de keten kan opeenhoopen, iets waarvan voor de electrische verlichting wordt partij getrokken.

In de gewone electrische gloeilampen wordt een dunne kooldraad door den stroom tot gloeien gebracht. De draad bevindt zich in een luchtledige ruimte, omdat lucht of andere gassen den draad zouden doen verbranden, of in alle geval door gelei-

Sluiten