Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li een Keten verdubbeld wordt, neemt ook de sterkte van het omringende veld overal in dezelfde verhouding toe ten W'J °°derstellen (§ 561) dat * constant is.

een twZ^T" e" lienze,fjM l00P. maar moeten met een tweemaal zoo groote dichtheid in liet veld worden betrokken. Daaruit volgt dat het aantal dezer lijnen dat door de keten omvat wordt, eveneens verdubbeld is.

stprlJietw'lgemeer\ iS TdÜ aantal evenredi9 met de stroomsterkte. Wanneer dus L de waarde is, die het heeft wanneer

van eeTt 1 kunnetl voor ** Oevnl

getal T ' "TT* 1 het aaHtal voorstellen door L i. Het getal L wordt de coëfficiënt van zelfinductie genoemd- het

hangt van de grootte en den vorm van de keten af en wordt

door de aanwezigheid van ijzer in de nabijheid gewijzigd.

Wij merken hierbij nog op dat de inductielijnen die bii

den stroom belmoren, m een richting passende' bU die van

den stroom door do keten gaan. Heeft de stroom de richting

a „,r H°°r, v P0S"ieVe "ebben 8ek"ozen' da" lnoet ook het De Ta° he' P°sitleveteeken worden voorzien.

Ke coëfficiënt L is dus altijd positief.

een^ntwiD ^noneifdig korten üJd dt de stroomsterkte een yeiandenng d i ondergaat, Dan verandert het aantal

~cmet L"! eo de —* -

j d i

Tt'

Deze uitdrukking geeft „„ tevens de electrische werking der inductie m de keten aan; wij moeien er alleen het nega heve teeken voor plaatsen, zooals men gemakkelijk uit de wet der inductiewerkingen kan afleiden.

Is verder E de electromotorische kracht in de keten dan wordt in den eersten tijd uadat deze hegint te weTken 2 stroomsteikte bepaald door de vergelijking '

' = HE~LPi) 08)

Wij kunnen hieruit een betrekking afleiden, die het behoud

Sluiten