Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij kunnen nu vooreerst den electrischen stroom opvatten als een beweging van positieve electronen in de richting van de pijl. Doen wij dit, dan moeten wij aannemen dat op elk dezer deeltjes een kracht werkt in dezelfde richting als die welke de geheele draad ondervindt, dus in ons voorbeeld naar rechts. Daar de kracht op den geleiddraad van richting wisselt, wanneer men den stroom of het magnetische veld omkeert, moeten wij onderstellen dat ook de werking van het veld op een enkel electron de tegengestelde richting aanneemt, zoowel wanneer de richting der krachtlijnen als wanneer de snelheid van het electron wordt omgekeerd.

Het is ook gemakkelijk te vinden, welke grootte men aan de kracht die op het electron werkt, moet toeschrijven Stel dat de geleiddraad per lengte-eenheid N electronen bevat, elk met de lading e, die wij in electromagnetische eenheden uitdrukken, en met een snelheid v in de richting van den draad. Dan is, zooals men gemakkelijk inziet, het aantal der electronen die per seconde door een doorsnede gaan, N c en hun gezamenlijke lading Ns«, zoodat de stroomsterkte i door dit laatste getal wordt voorgesteld. De kracht per lengte-eenheid van den draad is dus

K = N v e H.

Om de kracht k op een enkel electron te vinden, moeten wij dit door N deelen. Dit geeft

k — v e H.

Wij kunnen al het bovenstaande in den volgenden regel samenvatten :

Wmneer een electron, met de positieve lading e zich in een magnetisch veld beweegt, en wel in een richting loodrecht op de krachtlijnen en met een snelheid v, ondervindt het een kracht, waarvan de getalwaarde bepaald wordt door het product van lading, snelheid en veldsterkte. De richting dezer kracht past bij een wenteling over een hoek van 90°, van de richting der snelheid naar die der magnetische kracht.

Wij hadden den electrischen stroom in den beschouwden draad ook als een beweging van negatieve electronen kunnen opvatten, maar dan hadden wij moeten aannemen dat deze zich niet in

Sluiten