Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V , ""ar !;en.eidein. eu de neoatieve „aar boven worden gedreven.

§ buo. Ontladlngsverschijnselen in verdunde gassen Voor wij andere verschijnselen leeren kennen, waarvan de elec.ronentheorie rekenschap kan geven, is het noodig iets nader te beschouwen wat er plaats heeft, wanneer met behulp van een electriseermachine of een inductor een electrische ontlading door een verdund gas geleid wordt. Wij nemen aan dat dit zich in een Öeisslbr sche buis met de ingesmolten electroden A en K ( ig. 489) bevindt en dat hiervan A de anode en K de kathode

is. Bij drukkingen van eeuige m M. kwik neemt men dan een lichtverschijnsel waar, dat zich van A

J» afstand, tot in de nabijheid der katho^Z^ rondom deze laatste een lichtontwikkeling in een betrekkelijk tinne laag g gezien wordt. Dit negatieve glimlicht is door een donkere ruimte van het positieve licht en ook door een dun

lichtltrT 7 ^ kath°de g6SCheiden- Wat h6t P-itieve

lichte en ' 1 7* °P * ^ *T dikwiJls afwisselend

lichte en donkere lagen, in de figuur door i, c> d aangeduid

zijn waar te nemen, en dat wanneer de buis in het midden verengd is het positieve licht zich door de vernauwing uitstrekt en in deze het sterkst is.

§ 606. Kathodestralen. Wanneer de verdunning grooter Wordt treden de verschalen aan de kathode hoe langer hoe meer op den voorgrond en wij moeten in het bijzonder de aandacht ves-

^gbeurtP| letgee" ^ tU98Ch6n d6Ze 6,1 h6t "egatieve

gebeurt. Daarop wordt om een reden die aanstonds zal blijken ' 6 "aam kathodestralen toegepast. Deze strekken zich bij toenemende verdunning hoe langer hoe verder van de kathode af uit Men neemt n.1. waar dat het negatieve glimlicht zich daarvan meer en meer verwijdert. Eindelijk kunnen de kathodestralen den wand van het glas bereiken, wat men daaraan bemerkt dat deze tot fluorescentie gebracht wordt, Dat men hierbij nu werkelijk te doen heeft met stralen die van de kathode uitgaan,

Sluiten