Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m v'1 r

Aan den anderen kant weten wij dat de kracht die door het magnetisch veld wordt uitgeoefend, de waarde

e v H

heeft. Stelt men beide uitdrukkingen aan elkaar gelijk, dan komt er J

1

m v r H '

Daar men uit metingen over de magnetische afwijking den straal r van den beschreven cirkelboog kan afleiden, kan men dus de grootte van de verhouding

m v

te weten komen.

Heeft men zoowel de electrische als de magnetische afwijking gemeten, en kent men dus de beide uitdrukkingen (l) en (2),

dan volgen daaruit de waarden van - en v.

m

Wat de eerste betreft, verdient het opmerking dat men de overeenkomstige verhouding tusschen de grootte der electrische lading «en der massa m ook voor de ionen van een electrolyt an epa en. Daar b.v. (§ 529) het electrochemisch aequivalent van waterstof 0,00001036 gram bedraagt, is de lading van de waterstofionen die te zamen deze massa hebben, gelijk aan de hoeveelheid electriciteit die in een stroom van 1 ampère per seconde door een doorsnede gaat, dus (§491) 0,354 [0,1] electromagnetische eenheid. Daaruit volgt dat, wanneer m de massa van een ion is, de lading e hiervan bepaald wordt door

e = 34000 m [e = 9650 m].

De verhouding van lading en massa wordt dus

i = 34000 = 965°].

Voor de electronen der kathodestralen heeft men nu een veel

Sluiten