Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kracht is constant, dus de beweging is eenparig versneld.

s = ' at* of in dit geval: s = =1 (gsin oc-gcos a tg tl) t-

2. sin Oc

m = 2 h -

sin. ocX(g sin oc— g cos Oc tg;/)

t = V

sin Oc (g sin Oc — g cos oc tg //)

Gelderland 1866.

Ie Ploeg No. 3.

Verklaar de inrichting der Bascule of Brugbalans.

De brugbalans bestaat uit een samenstel van hefboomen. Wij onderscheiden een hefboom GH IK, die zijn steunpunt in I heeft. In de punten H en O zijn stangen aangebracht, die respectievelijk op de plank DF en de stang AC werken. De afmetingen zijn zóódanig dat: AB : AC — III : Gl. Wanneer er geen last op de plank ligt is de toestel in evenwicht. Leggen wij echter een last ergens op DF (onverschillig waar), dan moet er in de schaal een gewicht P komen, wil het evenwicht bewaard blijven.

Voor het evenwicht van den hefboom GH IK geldt de volgende betrekking:

S, X 01 + S, X Hl = P X IK. (1)

S[ en S, zijn de spanningen, die optreden in de stangen FH en CG.

Voor het evenwicht van de belaste plank moeten wij hebben: D + S[ L en voor stang AC : D X AB S, X AC.

Wij hebben aangenomen: AB ■ AC Hl : Gl. Wij kunnen dus de laatste vergelijking ook schrijven: D X Hl S2 X 01.

Nu kunnen wij de vergelijking (1) schrijven: DXHI + SiXHI P X IK (2) Maar D + S, L., dus kunnen wij vergelijking (2) weer anders schrijven:

L X Hl P X IK (3)

Gewoonlijk neemt men de afstand IK 10 H l. Dan zal dus een gewicht van 10 Kilogram op de schaal evenwicht maken met een last van 100 Kilogram op de plank.

Sluiten