Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z.

Zuid-Holland 1867.

3e Ploeg No. 1.

Tegen het eene uiteinde van een cylindervormigen stok, die 3 meters lang en 2 centimeters dik is, is een looden kogel bevestigd, waarvan de middellijn gelijk 4 centimeters is; tegen het andere uiteinde van den stok is een ijzeren kogel bevestigd, wiens middellijn gelijk 8 centimeters is. Men vraagt den afstand vau het zwaartepunt van den geheelen toestel tot een der uiteinden van den stok te bepalen. Soort. gew. houtsoort — 0.6; ijzer = 7.8; lood = 11.1.

Moment lichaam moment kogel C + moment kogel D + moment AB. Moment kogel C A | X 0.000.008 X 11.1 X 3.02 0.01X1357568 |

„ D 3 I I X 0.000.064 X 7.8 X 0.04 0.000026624 |

„ staaf AB | X O OI2 X 0.6 X 3 X 1 5 0,00027 |

Moment lichaam 0.00600944 |

^ |x 0.000008 x H l + 3 I X 0.000064 X 7.8 + 0.012 X 0.06X3 |Xz

0.000600944 |

(0.0001184 | | + 0.0006656 | + 0 00018 |) z 0.000600944 | 0,000600944 „,n„ ,, z 0.0009640 0623 M'

W.

Zuid-Holland 1867.

3e Ploeg No. 2.

Van eene wig is de hoogte gelijk aan tweemaal de breedte. Loodrecht op het bovenvlak der wig wordt eene drukking uitgeoefend van 100 kilo. Men vraagt de drukking loodrecht op de zijvlakken te berekenen.

Sluiten