Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(heiblok en heipaal) hebben dus nè de botsing te samen een kinetische energie = ^ (m + m>) c" = v». Deze kinetische energie wordt

omgezet in den arbeid, welke voor het in den grond drijven van den heipaal noodig is, of m. a. w. dit arbeidsvermogen van beweging dient tot het overwinning van den weerstand, welken de grond biedt aan het indringen van den paal. Deze „weerstand" en het „draagvermogen van den paal" zijn uitdrukkingen van geheel hetzelfde begrip.

In 20 slagen van het blok wordt de paal 0.015 M. dieper den grond ingeslagen; bij eiken slag is, omdat de weerstand van den grond standvastig wordt ondersteld, de indrijving s = 2Q X 0.015 Meter.

Noemen wij W de weerstand van den grond in K.Q., dan moet bij eiken slag een arbeid verricht worden gelijk Ws KOM. Wij komen dus tot de gelijkheden:

„, m' „

Ws = j vs

m + m1

O' V'

of Ws = K „

/m . ml\ g

U g'

In deze laatste vergelijking, substitueerend de waarden

s = 1 X 0.015, m = 600, m' = 420 en V - 2.4, vindt men: 20 g g S

w = P6 ^ 10' = 564786 K.G.M.

Het bij één slag verbruikte arbeidsvermogen is de arbeid, welke verricht moet worden om het 600 K.O-zware heiblok tot eene hoogte van 1.20 M.

op te trekken en is dus gelijk aan 600 X l-2 = 720 K.G.M.

De bij één slag verrichte nuttige arbeid is de arbeid gebruikt tot het door dien slag in den grond doen indringen van den heipaal over eene diepte S, waarbij de weerstand W wordt overwonnen; die nuttige arbeid wordt uitgedrukt door een der leden van de vergelijking (1) en is dus

72 ^ 10' = 423 5 K.G.M

z.

1870. No. 1.

Een looden halve bol is tegen een der eindvlakken van een kurken cylinder bevestigd. De stralen van bol en cylinder zijn ge'ijk. Het soortelijk gewicht van lood is U.35, dat van kurk 0.24.

Welke is de grootste verhouding tusschen lengte en straal van den cylinder, die nog kan voorkomen, wanneer het lichaam, nedergelegd zijnde, zich weder zal oprichten?

Sluiten