is toegevoegd aan uw favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu maakt het wiel " omwentelingen per seconde; elk punt van het wiel legt dus in ééne seconde een weg af, welke gelijk is aan den omtrek van het wiel of gelijk aan 2 | Rn, zoodat men heeft de betrekking-

v = 2 | Rn.

De massa M. van het wiel is ^, wanneer g de versnelling van de zwaartekracht voorstelt. Men verkrijgt dus voor het arbeidsvermogen Mv! van het vliegwiel de uitdrukking: ^ P X (2 | R n)2 = 2 n" p

of n = 2, R = 0.4, P 100 en g = 9.812 invoerende:

2 f X 2' X 0.4* X 100 _ 2" X I2 128 |*

g g—^ = 9 812' = 128.75 K.Q. M.

Daar de tapwrijving de beweging van het wiel tegenwerkt, zal in de onderstelling dat geene andere krachten als de wrijvingsweerstand tusschen pannen en tappen op het wiel werken, het wiel stilstaan, zoodra door den wrijvingsweerstand eene hoeveelheid arbeid is verricht gelijk aan het arbeidsvermogen, dat in het wiel is opgehoopt. De wrijvingsweerstand W heeft eene constante grootte, welke wordt uitgedrukt (zie de oplossing van vraagstuk 1868, No. 1) door W = , f p

I 1 + P

Bij ééne omwenteling van het wiel is de weg, welken het aangrijpingspunt D van dien weerstand (zie figuur) doorloopt, gelijk aan den omtrek van den tap of gelijk 2 | r; de arbeid, welke door J dien weerstand bij ééne omwenteling van het wiel

verricht wordt is dus j ] f+ p P X 2 Tl r. Noemen wij nu N het aantal omwentelingen, welke het wiel nog maakt gerekend vanaf het oogenblik, waarop het eene snelheid van n omwentelingen per seconde heeft, tot op het oogenblik, waarop het tot stilstand zal zijn gekomen, dan is gedurende

1X1 omwentelingen de door den wrijvingsweerstand verrichte arbeid: p i i p p X 2 | r X N.

Men heeft dus:

| T+p P x 2 1 r x N = " ' g R2 P

of N = ' "3 RJ k 1 + V g r f

of n — 4, R = 0.4, r = 0.015 en g = 9.812 invoerende, N. = 273.56.

Daar, zooals wij hierboven reeds opgemerkt hebben, de wrijvingsweerstand eene constante waarde behoudt, is de beweging van het wiel, gedurende de even bedoelde N omwentelingen, eene gelijkmatig vertraagde! Hij den aanvang dier N omwentelingen maakte het wiel n omwentelingen

per seconde, gemiddeld maakt het wiel dus " omwentelingen per seconde.