is toegevoegd aan uw favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(kr(f_ rr~= 3 hVu)! + (,'G)C'b) +C'B):J =

l H. j G + FGB +B j.

Hiermede is gevonden de gewoonlijk gebruikte formule voor den inhoud eener afgeknotte pyramide. Brengt men door het midden R van de hoogte PQ een vlak abcde, evenwijdig aan grond- en bovenvlak, hetwelk de afgeknotte pyramide snijdt volgens een veelhoek, waarvan wij de oppervlakte door M voorstellen, dan heeft men: SP : SR : SQ — V Q : ï' M: 1' B , dus SP + SQ : V G + V B = SR : V M of daar SP + SQ = 2 SR is:

2 SR : VG + V B = SR : VM waaruit blijkt dat V G + V B = 2 V M °f G -f 2 VGB + B — 4 M en bijgevolg 2 V^GB = 4 M — G — B is.

Men heeft dus:

I = 3 H \ G + VGB + B j = J H \ 2 G + 2 VGB + 2 B j = |-h|2G + 4m-G B + 2B|=|H|G + B+ 4m(.

Overijssel 1867. No l.

Drie rechte lijnen snijden elkander onder de scherpe hoeken o, b en /'. Een stuk van de eerste lijn, van gegeven lengte m, wordt op de tweede geprojecteerd, deze projectie op de derde lijn, de tweede projectie op de eerste lijn enz. tot in het oneindige, Hoe groot is de som der lijn m en van al hare projectiën ?

De drie rechte lijnen OA, OB en OC snijden elkaar onder de scherpe hoeken