is toegevoegd aan uw favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit B (zie figuur) laten wij de loodlijn BE op OY nêer, dan is daar AB = BC is EB = ^ ( AA1 + CC1).

Omdat OC den rechten hoek XOY midden door deelt is [_ COX = L COY = 45° en dus AC = A'C1 {/ 2 en BD = BO = EB |X2.

De inhoud van het trapezium ACC'A' = (AA' + CC') X A'C'

— EB + A'C1 en de inhoud van den driehoek ACD = ^ AC X BD =

2 A'C ) 2 X EB 1/ 2 = EB X A'C'. Hieruit blijkt dat trapezium ACC'A en driehoek ACD gelijke inhouden hebben.

1898. No. 2.

Een regelmatig viervlak wordt door een vlak, evenwijdig aan een paar overstaande ribben en dat één der overige ribben midden doordeelt, in twee stukken verdeeld. Hoe groot is de inhoud dier deelen, als de ribbe a is?