Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelderland 1866.

Ie Ploeg.

Hoeveel chloorzure kali is er benoodigd voor de ontwikkeling van 25 liter zuurstofgas?

(Aeq.: H = 1; O = 8; Cl = 35,5; K — 39. Gewicht van één liter waterstof = 0.089 gram. Spec. gew. van zuurstof = 16, wanneer dat van waterstof = 1 gesteld wordt).

De reactie verloopt als volgt:

KCIOs = KCI + Oa + O )

O + KClOj - KCIO, j B,) verh"»«gKCI04 = KCI + 2 O,

Dus 2 KCIO, = 2 KCI + 3 03 Bl) sterker vcrhlttin«'

Er is aanwezig 25 Liter O,. 1 Liter O weegt 16 X zoo zwaar als

1 Liter H. Dus 1 Liter O weegt 16 X 0.089 Gram.

Door x Gram KCI03 worden dus 25 X '6 X 0.089 Gram zuurstof ontwikkeld.

De formule leert, dat 2 moleculen KCI03 3 moleculen zuurstof ontwikkelen. Dus door 2 X het moleculair gewicht van KCIO;, in grammen wordt 3 X het moleculair gewicht van Oa in grammen ontwikkeld.

Atoomgewicht = aequivalent X valentie, want aequivalent = atoomgewicht. „

valentie IS nu atoorn8ewicht 0 = 2X8= 16; atoomgewicht

Cl. = 35.5; atoomgewicht K = 39.

Dus moleculair gewicht KCIOa = 122.5 en moleculair gewicht O, =

2 X 16 = 32.

We zien dus dat 2 X 122.5 Gram KCIO, leveren 3 X 32 Gram O,. Hieruit volgt de vergelijking:

x : 25 X 16 X 0.089 ^ 2 X 122.5 : 3 X 32 3 X 32 X * — 245 X 25 X '6 X 0.089 6 x = 245 X 25 X 0.089 = 545.125

x = 90.85.

Dus is 90.85 dram KCIOs noodig.

Gelderland 1866.

2e Ploeg.

Hoeveel liter zuurstof is noodig voor de volkomene verbranding van 100 liter zwaarkoolwaterstofgas?

N.B. Deze vraag naar keuze te beantwoorden, hetzij met behulp der aequivalent volumia (Aeq. vol. van zwaarkoolwaterstofgas = 4, van zuurstof = 1), hetzij met behulp der volgende gegevens:

Aeq. C = 6; O = 8; H = 1.

Gewicht van één liter lucht — 1.293 gram.

Spec. gew. van O = 1.1056.

„ C4H4 = 0.97.

Sluiten