Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want Charietto is geheel de man niet, om.... doch nadert daar niet iemand ?" en hij wendde zijn blikken naar den kant van het kreupelbosch, uit hetwelk hij meende, dat het gerucht van voetstappen kwam. „Zonderling," vervolgde hij, na eenigen tijd, zondeT iets te zien, derwaarts gestaard te hebben, „zonderling! mij dacht ik hoorde daar duidelijk iemand naderen; maar misschien eenig wild dier of de wind, die de takken deed kraken."

„Intusschen," ging hij voort, „begint mij het wachten lang te vallen; ik zal hier toeven, totdat de maan den ondersten tak van ginschen boom verlicht, en komt Charietto dan nog niet....' Eensklaps snorde een pijl zoo dicht langs zijn hoofd, dat Lupus verschrikt opsprong, en bemerkende dat de geschoten pijl uit het kreupelboschje kwam, trok hij snel zijn wapen uit den gordel en ijlde derwaarts.

Vlug als een hinde wierp hij zich in de hoog opgeschoten struiken, en baande zich met zijn wapen een weg door de inééngewassen takken, en op hetzelfde oogenblik, dat hij het boschje binnendrong, zag hij aan de andere zijde van hetzelve een gedaante, die zich snel op de vlucht begaf.

Alle vervolging zoude nutteloos geweest zijn, daar de vluchteling een goed eind weegs op zijn vervolger vooruit had; hij stak dus het knijf weder tusschen den gordel, en keerde naar de plaats terug, die hij zoo even had verlaten had.

Doch op den steen had een man van buitengewoon lange lichaamsgestalte plaats genomen, en nauwelijks werd Lupus hem gewaar, of hij riep: „Ha Charietto ! zijt gij eindelijk daar ? uw lansj wegblijven had mij bijna het leven gekost.