Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genade was en hoe het dien naam verkreeg. Sluiten wij thans de Kronijk en beginnen wij ome vertelling.

HOOFDSTUK II

Meer dan twee honderd jaren had reeds het woud den hierboven gemelden naam gedragen, toen hetzelve bij het vallen van den avond van het hoorgeklank weergalmde, hetwelk door een jongeling, die op een moedig ros gezeten, de donkere, woeste, door de natuur gevormde lanen doorreed, werd voortgebracht.

De kleeding dezesstoutmoedigen jagers, —- want stoutmoedig moet hij geweest zijn, om in dit Wilde W oud zonder genade te jagen, — bestond in een nauwsluitend lederen wambuis van voren en achter met een koperen plaat voorzien, die hem tot borst en rugstuk diende, Onder dit wambuis of harnas naardat men het noemen wil, droeg hij een beerenvel, dat hem tot op de kniën neerhing; voor het overige waren zijn grof gespierde beenen ontbloot, en de voetzolen waren met metalen kettingje», kruisgewijze over elkander gelegd, bevestigd. Zijn hoofd was alleen met een lederen kap bedekt; doch de helm of stormhoed; want dezelve had geheel het fatsoen van een tegenwoordig scheerbekken, die van metaal gevormd was en hem met twee riemeu op de rug hing, bewees, dat de lederen kap hem alleen daarom tot hoofddeksel diende, om wanneer het de nood vereischte en hij zijn helm moest opzetten, (le

Sluiten