Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlammen gevestigd houdende. Het was dus niet, hoezeer velen dit punt te verre gedreven hebben, de heerschappij van den menscli boven het redeloos gedierte; maar wel de onbezielde vuurkring, die hen terughield, om hun dorst naar bloed aan de beide mannen te stillen.

Maar nu de Ridder en Engistus?

Beiden, lieve Lezer! liggen reeds in diepe rust gedompeld, en daar ik vrees, dat ook gij weldra de oogen zoudt sluiten, indien ik langwijlig werd, eindig ik hier dit Hoofdstuk, om in het volgende de verdere avonturen van den Ridder en zijn schildknaap te vervolgen.

1 iU f 1

O / 6

HOOFDSTUK III.

Reeds stond de zon den volgenden dag hoog aan den hemel, toen de Ridder ontwaakte. Het vogelenheer zong vroolijk tusschen het gebladerte, de door den dauw verkwikte bloemen wasemden welriekende geuren uit; in één woord het was een heerlijke mergen, en dit is alles, wat wij den Lezer willen inededeelen; want reeds zoo velen hebben geheele baldzijden met morgen-, middag-, en avondstonden en vooral maneschijnen in hunne werken gevuld, dat wij weinig lust gevoelen, hen na te praten, te meer daar de meeste lezers die fraaiheden overslaan, en nog meer omdat de Ridder, wiens avonturen wij tot hiertoe gevolgd hebben, op dit alles weinig acht gaf; want het eerste wat hij deed, was zijn schild-

Sluiten