Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstond, en door een harer vrouwen gevolgd, de zaal verliet. En nauwelijks bemerkte zulks onze Ridder _ of ook hij verliet zijn plaats 4 en volgde de Koningsdochter buiten de hal.

De Koning had niets van deze verwijdering bemerkt, daar hij al te zeer naar Engistus luisterde, die met handen en voeten werkende, zijn ellendig gezang vervolgde, hetwelk iedereen bijzonder mooi vond, de Koning niet uitgezonderd, die met de eene hand de maat sloeg, en zich met de andere aan de leuning van zijn stoel klemde, ten einde van denzelven niet af te glijden, daar het hem voorkwam , alsof zijn zetel hoe langer hoe meer in de hoogte rees, iets dat hem wel meer gebeurde, wanneer hij lang aan tafel zat.

Verder kunnen wij niets van den maaltijd melden, dan dat men een uur later, zeven mannen uit de koninklijke hal zag komen, die, bij fakkellicht, een vreeselijk groot lichaam naar een der dichtst bij gelegene hutten droegen, en bij nadere beschouwing bleek het weldra, dat dit ligchaam aan niemand anders, dan aan den schildknaap Engistus toebehoorde.

Wij zullen hem ongestoord zijn roes laten uitslapen, om ons des te beter eenige oogenblikken met den verliefden Ridder te kunnen bezig houden; doch dit vereischt een nieuw Hoofdstuk.

HOOFDSTUK VT,

Het gelukte den Ridder, toen hij de feestzaal verlaten had, weldra het voorwerp zijner innige liefde te ontmoeten.