Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"En ik ben," riep Sicco, „ik ben Sicco, heel goed vertrouwen, ga veel met vrouwen om, weet dus veel geheimen, nooit openbaar, ik iets gehoord heb."

„Welaan dan,' sprak dc vreemdeling, terwijl hij zijn mantel afwierp, „kent gij mij?"

Ons drietal beschouwde den kloeken man, wiens gelaat wij reeds eenigzins uit het verhaal van Thille en Sicco hebben leeren kennen, nauwkeurig,

//Ik herrinner niet,... ooit gezien..." mompelde Sicco, en Altane en zijn zoon betuigden mede hem niet te kennen.

„Gij kent mij dus niet?" sprak de vreemdeling, en na nauwkeurig in het rond gezien hebben, zeide hij: „Ik ben Berthold, Koning der Saksers." (!)

„En waaraan heeft mijn woning de eer te danken, om Koning Berthold onder haar dak te zien."

//Ik zil u zulks zeggen," sprak de Koning, terwijl hij zich op de bank nederzette en in weinige woorden de oorzaak zijner komst begon te verhalen.

HOOFDSTUK III.

(lotarius TI, zoon van Chilperik I, was in den jare 616 door erfenis in het bezit van het geheele Frankische rijk gekomen; doch droeg omtrent het jaar 622 de regeering van Oost-Frankrijk, en gevolgelijk ook over de landen omtrent den Rijn gelegen, aan

(1) Berthold werd bij de Frankische schrijvers dan eens Koning en dan weder Hertog der Saksrrs genoemd.

Sluiten