Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den hem aangedanen hoon. Er blijft dus voor de gevangenen niets te hopen over, tenzij zij zich bekeeren, het Heidendom verlaten, en zich door den doop in onze gemeente laten inwijden. Morgen wil ik beproeven, hen door kracht van redenen hiertoe over te halen, en ik geloof uw antwoord reeds te weten, wanneer ik u vraag: Eligius! wilt gij mij hierin behulpzaam zijn?"

„O volgaarne," -sprak de vroome goudsmid, »het is een schoone taak, meuschen van den dood te redden en hen tevens tot het alleen zaligmakende geloof in God en zijn Heiligen te brengen."

„Welaan dan, beginnen wij morgen onze taak," sprak de Bisschop, «en de Heilige maagd zegene onze pogingen."

„En wie is deze knaap?" vroeg Bisschop Faro, na cenige oogenblikken het stilzwijgen bewaard te hebben.

„Het is de zoon van een der beide Iriezen, die zich bij het gezantschap bevinden," was Eligius antwoord.

//Zijn gelaat onderscheidt zich voordeelig van de woeste trekken zijner landgenoten, sprak de Bisschop, met welgevallen Thille aanziende, //gij zult niet achterblijven , Eligius! om hem voor het rijk des hemels te winnen." Dit zeggende, stond hij op, legde de hand op het rijk gelokte hoofd des jongelings, en verliet toen de woning van den muntmeester des Frankischen Konings.

HOOFDSTUK VIII.

Ongeloofelijk was de moeite, die de waardige Bisschop en zijn vrome medehelper Eligius zich gaven, cm de

Sluiten