is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kregen, dat de gevangenen naar deze heilige plaats werden' gevoerd, en het was daar, dat Faro, Bisschop van Meaux, hen door den heiligen doop in de Chris¬

telijke gemeente inwijdde.

Zoodra deze indrukwekkende plechtigheid geëindigd was, begaf de Bisschop zich tot Koning Dagobert.

,A1 de Saksers," sprak hij, „hebben het Heidendom verlaten, en de Friezen zijn tot onze kerk overgegaan, allen ontvingen van mij den Heiligen doop !" riep hij verheugd uit, en met reden; want daar staat geschreven: dat er blijdschap is bij Engelen over eiken zondaar, die zich bekeert, en zoude demensch dan niet verheugd mogen zijn?

„Dan zullen zij als Christenen sterven," sprak Dagobert, ,en de leer, die zij thans omhelsd hebben, zal hunner zielen niet nadeelig zijn

„Sterven" nep de teleurgestelde Bisschop, „zullen zij sterven, nadat zij het domme bijgeloof verlaten hebben en tot den waren God gebracht zijn? Heb ik daarom hun hoofden met het water des Heiligen doops besproeid, omdat dezelve onder de bijl des scherprechters moeten vallen!"

„Hun misdaad is te zwaar oin hun vergeving te

kunnen schenken,"

„Tc zwaar, o Koning! bij God is geen misdrijf zoo zwaar, of hij, die dit bedreef, kan vergeving erlangen, wanneer hij die ootmoedig en berouwhebbend van Hem afsmeekt, wees gij dan niet strenger, dan Hij, die machtig is u op dezen stond voor uw hardvochtigheid te stratten!

„Ik ben Koning!" riep Dagobert, woest opspringende, „gij, eerwaarde Vader! zijt een geestelijke, laat ons