is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/Nauwelijks," aldus ving Kolla weder aan, //nauwelijks dekten de groene zoden het lijk mijns vaders, of Gundebald had ook zijn eed vergeten. Laaghartig ontroofde hij mij Frisa; tegen haren wil werd zij, zij, eerwaarde Vader! die ik beminde, zoo als niemand ooit beminnen kan, zijn echtgenoot en mij, mij, zijn broeder, dien hij plechtig gezworen had te zullen beschermen, mij verdreef hij van het wettig erf onzes vaders, en ter prooi van armoede en ellende zwierf ik sedert rond, ik leefde alleen, geheel alleen voor mij zeiven, niemand was er, die in den voor- of tegenspoed van den armen wees deelde."

wGij weet, eerwaarde Vader! wat ik leed, voordat ik u vond," vervolgde llolla, »ik zal u dus het verhaal mijner rampen niet behoeven te herhalen. Eindelijk vond ik u, gij trokt u het lot van het weeskind aan, en zoo lang de adi-m in mij is, zal ik niet ophouden u daarvoor dankbaar te zijn!"

'/Rolla! mijn zoon! let op de daden des Heeren," riep de eerwaardige grijsaard, wen hoe zonderling de wegen zijn, die Hij den mensch ter bewandeling geeft! Had uw broeder u als broeder liefgehad, dan haddet gij Friesland niet verlaten en wandeldet nog, even als zoo velen uwer landgenooten, in den donkeren nacht van het Heidendom."

Op dit zelfde oogenblik trad een man in het kleed eens monniks binnen, en nauwelijks werd de grijsaard zulks gewaar, of hij zeide: s llolla! laat ons thans eenige oogenblikken alleen, na de Vesper wacht ik u weder bij mij!"