Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilig was, mij dezelve nimmer uit rle oogeii te zullen persen, en nu spot gij met dezelve, gij, die alleen de oorzaak mijner droefheid zijt!"

"Ik de oorzaak!" riep Gundebald, terwijl een helsche glimlach om zijn lippen speelde, ffik de oorzaak , noem dezelve dan, ongelukkige, lijdende onschuld !"

„Uw gedrag jegens mij, ziedaar dezelve in weinige woorden, niet als uw echtgenootc, die gij eenmaal zwoert te zullen beminnen, behandelt gij mij, neen, als den speelbal uwer norsche luimen, en al wat ik doe, om u het leven aangenaam te maken, beloont gij met ondank, ja zelfs met hoon!"

"Met mijn broeder waart gij wellicht gelukkiger geweest, niet waar, teederminnende echtgenootc?" sarde Gundebald,

//Zeker ware ik dat!" riep de aruie Frisa.

«Hem zoudt gij bemind hebben; maar ik, de norsche Gundebald, word gehaat."

„Gehaat, neen, bij «Ie Goden! neen!" riep Frisa, „ik heb u nimmer bemind en doe zulks nog niet, dit is u bekend; want toen gij om mijn hand aanzoek deedt, heb ik u niet misleid, maar u oprecht verklaard, niemand anders dan Rolla te kunnen beminnen. Ondanks dat alles, hebt gij mij gedwongen uw echtgenootc te worden. Getrouw heb ik eiken plicht, die toen op mij rustte, vervuld, en ware uwe handelwijze, uw gedrag jegens mij anders, dan zoude ik u hebben leeren hoogachten, al liadde ik u dan niet kunnen beminnen."

,,En wat moet ik dan doen," vroeg Gundebald, „om uw hoogachting tc verdienen?"

Sluiten