Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest ook erkenning vinden, en dit vervelende zwijgen was zeker geen waardige belooning. Hij nam dus de vrijheid er een eind aan te maken. »Gij zijt mij nog een verklaring schuldig, Reinout," riep hij; »wat bewoog u toch gisteren, voor cavalier van die onbehouwen Anna van Saksen te spelen ? ik had u een beteren smaak toegedicht. Weet ge wat De Burge zeide? Die Meerwoude is slim, hij wil eens beproeven of de vrouw praat, waar de man zwijgt, maar hij zal niet veel visschen. Wat denkt ge? heeft hij goed geraden?"

Het was duidelijk, dat Filips niets liever wenschte dan Reinout in verlegenheid te brengen, maar de onderstelling van den jongen De Burge scheen zoo aannemelijk, dat Edward nieuwsgierig haar indruk tegemoet zag. In het gelaat van den edelman kwam geen verandering, en hij antwoordde volkomen bedaard: »waar de man een zwijgende natuur is, daar behoeft men er niet op te rekenen, dat de vrouw veel zal praten, want zij zal niets te vertellen hebben; als De Burge zich die eenvoudige opmerking gemaakt had, zou hij u een niet zeer beleefde vraag hebben gespaard."

Er was tegen Reinouts argument niets te zeggen; Filips mompelde dus slechts op gemelijken toon: »nu dan hebt ge zeker meer in haar ontdekt dan de meesten, die haar altijd onuitstaanbaar vonden, al is zij ook duizendmaal de prinses van Oranje."

»Zij heeft niet de kennis van haar gemaal, dat is zoo; de conversatie is haar fort niet."

»En zij is leelijk, dat is het ergste van alles, want het is een onherstelbare fout," besliste Filips; »een vrouw zonder schoonheid is als een koning zonder rijk: al de pretentie, zonder iets van de macht die ze moet handhaven. Dan is de schoone Sylvia anders, niet waar Melville? hebt ge van nacht wakend of slapend van haar gedroomd ?"

Het kwam Edward voor, dat Helene's blik vorschend op hem rustte, maar toen hij haar aanzag waren de oogen onder hun lange wimpers verborgen, en haar gelaat stond afgetrokken als van iemand die niet naar het gesprek luistert. Hij was intusschen blij, dat de jonge Vredenborg zelf hem van een antwoord ontsloeg door voort te gaan: »ik ben in mijn schik u nu toch eens naar waarheid te kennen; ook gij zijt zulk een blinde volgeling der wijsheid niet, als ik dacht; neen, de Atheners hadden nog niet zoo ongelijk; de Pallas zetten zij voor hun haven, maar de beelden van Aphrodite namen zij in hun woning. Gij moogt u wel gelukkig achten, de godin begunstigt u," en hij wierp een blik op zijn zuster of zij die opmerking hoorde. Filips sprak niet met het doel om Ilelene bepaald te krenken: hij peinsde nooit met voorbedachten wrok over een gezegde,

Sluiten