Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noegzaam toonden, dat het reeds dikwijls moest gelezen zijn, rustte zijn oog met bange spanning op ieder woord van den zoo bekenden inhoud.

»Ja," zeide hij op beklemden toon: «alles komt uit, naam, tijd, alles!" met een zwaren zucht legde hij het blad weder neer. Ééne zinsnede hoe vaak ook gezien, scheen hem diep te treffen. «Gij zult willen goedmaken," luidden die woorden, »als liet kwaad gepleegd is; maar het kwaad wordt niet hersteld door de tranen die het beweenen, en de klachten die het herroepen; in uw daad zullen gevolgen zijn, die gij niet berekenen kunt terwijl gij ze doet, maar die, eens gedaan, nimmer zijn weg te nemen. Uw schuld zal een onverbiddelijken wreker baren in uw lang maar nutteloos berouw." Viale scheen die sombere voorspelling niet te willen herlezen, want hij schoof haastig het papier weder op zijn vorige plaats en deed de veer inspringen, terwijl liij langzaam sprak: »die brief is aan een doode; hij ruste in vergetelheid; ik, de levende, zal zijn misdrijf goedmaken." Een trotsch zelfbewustzijn weerklonk in zijn stem, maar dan nam deze een smartelijken toon aan; »zoover het nog goed te maken is!" en een diepe schaduw overdekte zijn gelaat. »Arme vrouw," mompelde hij, en toen zijn blik opnieuw door het vertrek ging, keerde die uitdrukking van schaamte en tegenzin, waarmee hij zijn rijkdom wrevelig opmerkte, in zijn trekken terug; hij staarde op den glans, die hem omgaf, niet een oog, dat op al die weelde een donker woord, mogelijk het woord: te duur gekocht! geschreven zag. »Tot welk een prijs," sprak hij in zichzelf, »den prijs van dood, bestendigen dood." Eenige seconden bleef hij in gedachten verdiept, dan richtte hij zich met een hoogmoed op, die smart, schuld, straf of waaraan hij gedacht mocht hebben, scheen uit te dagen, en vervolgde: «neen, tot den prijs van eer en aanzien." Zijn gelaat werd weder strak en kalm, het verried geen ontroering meer, toen Frank hem nu in nadere bijzonderheden zijn ontmoeting met Edward kwam vertellen; en na den knaap over zijn onvoorzichtigheid berispt te hebben, zeide hij op dien vriendelijken toon, welken zijn stem altijd jegens dezen aannam: «ik moest eigenlijk zeer boos op u zijn; maar om genade voor recht te laten gelden, wil ik u geen andere straf opleggen, dan uw nieuwen vriend uit te noodigen om dikwijls bij u te komen. Vindt gij dat goed ?"

«O ja, hij weet zoo fraaie riddergeschiedenissen. Hij heeft mij van het slot van Egmond verteld, hoe dat verwoest werd; het moet in een kroniek staan, die hij ergens in een klooster gelezen had. Zijn de Egmonds machtiger dan gij ?"

Een uitdrukking, die duidelijk aantoonde, hoe weinig Viale geleerd had in den bidstoel, die hier stond, iets meer dan zijn knie te buigen,

Sluiten