Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelde, en ook niet twijfelen liet of Edward inoest daarvan reeds bij anderen gewaagd hebben; zijn terughouding voor haar droeg een bijna beleedigend karakter.

De jonge man schreef haar zwijgen alleen aan gemis van belangstelling toe. Hij vertelde in zeer korte woorden den inhoud van 's graven brief. »Gij raadt mij zeker, zijn voorstel aan te nemen?" besloot hij.

Haar gelaat was bleek geworden, en een hevige angst had zich op haar trekken vertoond, maar de stroefheid van zijn taal, en die onderstelling aan het einde hielden den uitroep die zich op haar lippen drong terug. Met een koelheid, die buitengewoon veel van de zijne had, maar die hij hoogst onhartelijk vond, antwoordde zij: »dat zal wel uw wensch zijn."

En de uwe, zoo 't schijnt, — zweefde hem op de tong, doch hij onderdrukte die woorden; hij wilde even koel zijn als zij, maar volkomen hoffelijk. »lk geloof niet, dat mijn tegenwoordigheid hier meer vereischt wordt; de heer van Vredenborg wil voor zijn werk nog nieuwe onderzoekingen doen, en vóór die voltooid zijn kan zijn schrijven toch niet voortgaan; ik denk dat hij dus geen bezwaar tegen mijn vertrek zal hebben."

Waarom beantwoorden alleen haar lippen, waarop de taal van gekrenkten trots rustte, zijn vraag? waarom sloeg zij de oogen, uit welke één blik voldoende zou geweest zijn om de gansche waarheid te verraden en hen beiden voor veel leed te behoeden, niet naar hem op? Het antwoord zou dan een ander geweest zijn als dat, hetwelk thans zoo onverschillig klonk: gij hebt gelijk, het zou onrecht wezen nog verder beslag op uw tijd te leggen. Wilt gij spoedig vertrekken?"

»De graaf van Yiale wenscht zoo spoedig mogelijk."

Zij scheen in het vervullen van dien wensch niets onnatuurlijks te vinden. «Hebt gij reeds met mijn vader gesproken?" vroeg zij.

»Nog niet. Ik dacht dat" — de woorden bleven hem in de keel steken. Hij wilde niet zeggen, wat hij eigenlijk gedacht had, maar de teleurstelling was toch te sterk om ze geheel te kunnen verbergen.

»Het zal mijn vader leed doen, wanneer gij weggaat," zeide Ilelene.

Edward lachte bitter. »Dat is meer dan ik hopen mag; hoe zou iemand, die nog tot de levenden behoort, zooveel belangstelling durven vragen ? een boek zou gemist worden, maar wat is er aan een mensch gelegen?"

Zij zag hem ernstig aan. Gij moet het mijn vader vergeven," zeide zij, »dat hij zijn boeken hoog stelt; zij zijn standvastige vrienden,

Sluiten